Overslaan en naar de inhoud gaan

Nieuws
luisteren printen

17 dec 2020
2,7 miljoen rijksgeld voor extra inzet dak- en thuislozen
17 dec 2020

2,7 miljoen rijksgeld voor extra inzet dak- en thuislozen

Het plan met zeven maatregelen om dakloosheid in Westfriesland verder terug te dringen heeft 2,7 miljoen opgeleverd van Staatssecretaris Blokhuis. De maatregelen moeten een extra impuls geven bovenop de huidige regionale aanpak. Ook de pilot Housing First wordt met dit geld in 2021 opgestart.  

Het verschil maken
Bestuurlijk trekkers Kholoud al Mobayed (Hoorn) en Rabella Wiersma-DeFaria (Opmeer) zijn blij met dit bedrag en trots op de samenwerking tussen gemeenten op dit gebied.

Wethouder Al Mobayed: ‘Centrumgemeente Hoorn ontvangt de bijdrage van het Rijk. Met deze extra inzet kunnen we als samenwerkende gemeenten de plannen uit gaan voeren en het verschil maken voor een doelgroep die het in de crisistijd heel zwaar heeft. Daarnaast kunnen we nu ook sneller onderzoek doen naar de onderbelichte oorzaken en behoeften bij dakloze 18 tot 23-jarigen.’

Wonen en zorg op maat
‘Om onze aanpak extra kracht bij te zetten diende onze regio een plan in om nog meer te kunnen doen. Zoals het opzetten van de pilot Housing First. Hierbij helpen we dakloze inwoners met een dak boven het hoofd én begeleiding op het gebied van zorg of psychische hulp op maat’, aldus wethouder Wiersma-DeFaria.

In Westfriesland zal daarnaast een woonzorgregisseur onderzoek gaan doen naar woningdeling en kamerverhuur en transformatie van kantoorgebouwen. Ook zal de regisseur gesprekken voeren met zorgorganisaties en woningcorporaties over woonplekken voor daklozen.

Vroegsignaleren
Het vertrekpunt voor de extra maatregelen is het regionale beleidskader Herstel en Participatie voor kwetsbare inwoners. Bestrijding van dak- en thuisloosheid is een van de kernthema’s in het beleid. Zo zetten de gemeenten, corporaties en zorgorganisaties gezamenlijk in op vroegsignalering van huurachterstanden en nazorgbegeleiding als daklozen een eigen woning krijgen.

Daklozen verdubbeld
Staatssecretaris Blokhuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft 16 december 2020 bekendgemaakt 2,7 miljoen vrij te maken voor het Westfriese plan tegen dak- en thuisloosheid. Het kabinet maakte eerder dit jaar al bekend 200 miljoen euro uit te trekken, omdat het aantal daklozen in tien jaar tijd is verdubbeld in Nederland. Voorwaarde daarbij is dat de extra maatregelen aansluiten bij de drie landelijke thema’s: preventie, vernieuwing opvang en woonplekken met begeleiding. De regionale aanpak sluit aan bij die landelijke thema’s.

16 dec 2020
Klimaatadaptatie: een strategie met ambities
16 dec 2020

Klimaatadaptatie: een strategie met ambities

Martijn Steenstra
Martijn Steenstra
 

Regio Westfriesland heeft de laatste hand gelegd aan de mogelijke strategieën voor klimaatadaptatie. Begin 2021 is het aan de gemeenteraden om keuzes te maken. “Je hebt de inbreng van betrokken partijen uit de samenleving nodig om het beeld scherp te krijgen”, zeggen Martijn Steenstra en Koos Brouwer.

Dat bleek al tijdens de eerste stap in dit proces. Daarbij was het zaak om per klimaatthema (droogte, hitte, wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en waterkwaliteit) te verkennen waar in de regio klimaatverandering tot problemen zou kunnen leiden. Aan de ene kant vormden de berekeningen en aannames in de Klimaatatlas van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier het uitgangspunt voor deze ‘stresstest’. Aan de andere kant werd deze basisinformatie verrijkt door maatschappelijke participatie in zogenaamde klimaatateliers.

Ondergelopen wegen

Koos Brouwer (coördinator samenwerking waterketen en ruimtelijke adaptatie Westfriesland): “De klimaatateliers leverden waardevolle inzichten op. Zo werden we nog eens gewezen op de strategische positie van het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn. Stel dat de toegangswegen door hevige regenval blank komen te staan en het ziekenhuis praktisch onbereikbaar wordt. Dan hebben niet alleen de inwoners van Hoorn een probleem, maar de hele regio. Daar moet je over nadenken.” “Wat voor mij helder werd in de stresstest is dat in elke wijk aanpassingen nodig zijn. Oftewel, we moeten een lange adem hebben in dit proces”, vult Martijn Steenstra (senior adviseur water en ruime van ingenieursadviesbureau Sweco) aan.

Het gesprek met de samenleving werd voortgezet met een enquête en digitale sessies. “Door corona moesten ook wij snel schakelen”, lacht Koos. Na de inventarisatie van kwetsbaarheden en de weging op kans en impact stonden in deze online risicodialoogsessies eind juni/begin juli de oplossingen en de aanpak centraal.

“Die sessies hadden we expres breed ingestoken”, aldus Martijn. “Kom maar op met jullie suggesties en ideeën. Een van de dingen die naar voren kwam was de verwevenheid van dit thema met andere opgaves in de (openbare) ruimte, zoals woningbouw. Uiteindelijk moet alles landen in integrale projecten. Hoe organiseer je dat?” Koos: “Wat mij opviel was dat er breed draagvlak is voor groene oplossingen, zoals de aanleg van wadi’s en het planten van bomen. Dat heeft ook zijn weerslag gevonden in de strategieën.”

Drie ambitieniveaus

Al deze verkenningen, inzichten en opties moesten nu verwerkt worden tot een Westfriese aanpak van klimaatadaptatie. “Maar wel zo dat er voor de politiek nog iets te kiezen valt”, benadrukt Koos. “Zij moeten bepalen hoe belangrijk zij dit thema vinden.” Daarbij heeft Sweco teruggegrepen op een methodiek die ook elders in Nederland wordt toegepast. Martijn: “We hebben drie ambitieniveaus A, B en C vastgesteld, die de volle breedte van klimaatadaptatie bestrijken. Per ambitie is in de bijbehorende strategie beschreven hoe we het punt op de horizon kunnen bereiken (zie de toelichting op de drie niveaus onderaan dit artikel).”

Koos: “Bij ambitieniveau A doe je het minimale en richt je je op het oplossen van de grootste knelpunten. In dit scenario vraag je weinig van inwoners, bedrijven en maatschappelijke partijen, maar accepteer je ook meer risico. Bij B en C ga je kwaliteit toevoegen aan de ruimte. Er is sprake van vergroening en de biodiversiteit neemt toe. Er wordt nu wel een maatschappelijke bijdrage verwacht. Het is aan de lokale overheid om die te activeren en te faciliteren.”

Besluitvorming

In het regionaal bestuurlijk afstemmingsoverleg van begin december is bepaald om adaptiestrategie B te kiezen als uitgangspunt voor de raadsadvisering. Koos: “Uiteindelijk is het aan de gemeenteraden om te bepalen met welke ambitie zij invulling willen geven aan klimaatadaptatie. Die besluitvorming in de zeven gemeenten vindt plaats in februari 2021. Samen vormen die besluiten ‘de klimaatadaptatiestrategie Westfriesland’.”

De volgende stap is het bepalen van de uitvoeringsagenda voor de periode 2021-2025. Martijn: “Hierin werken we de strategie uit in acties waarmee we klimaatadaptatie borgen in beleid en handelen. Zo werkt de strategie dan weer door in de programmering van wijken, gekoppeld aan andere opgaves en ingebed in de Omgevingswet. In jaarplannen worden de plannen nader ingevuld met planning en budget.” Koos: “Bovendien gaan we de grootste kwetsbaarheden direct aanpakken. Hierbij trekken we uiteraard ook weer op met onze stakeholders.”

De uitgangspunten bij de ambities zijn:

  • Ambitie A: Gaat ervan uit dat in 2050 meer risico wordt geaccepteerd. Dat betekent dat we in de toekomst vaker hinder of schade zullen ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en een verslechterende waterkwaliteit dan nu.
  • Ambitie B: Richt zich op een beschermingsniveau in 2050 dat vergelijkbaar is met dat van nu. We groeien mee met de effecten van klimaatverandering en moeten dus maatregelen nemen.
  • Ambitie C: Streeft naar een beschermingsniveau in 2050 dat hoger is dan dat van nu. Dit is een vooruitstrevende aanpak en vergt ingrijpende maatregelen. De inzet van inwoners, bedrijven en andere partijen is onmisbaar.
Koos Brouwer
Koos Brouwer

 

16 dec 2020
Kansen benutten met ruimtelijke klimaatadaptatie
16 dec 2020

Kansen benutten met ruimtelijke klimaatadaptatie

Optreden tegen klimaatverandering blijft niet bij het nemen van een paar maatregelen. Het is veel ingrijpender dan dat. “We gaan onze leefomgeving veranderen”, stelt Samir Bashara, wethouder van Gemeente Hoorn en een van de portefeuillehouders klimaatadaptatie in regio Westfriesland.

Welke vorm van klimaatverandering heeft op u indruk gemaakt?

“Het is verleidelijk om de grote bosbranden in Australië te noemen begin dit jaar, veroorzaakt door extreme hitte en droogte. Volgens mij staan die nog op ieders netvlies gebrand. Maar als ik eerlijk ben, maak ik mij veel meer zorgen over het sluipende proces dat de opwarming van de aarde is. Dat we de laatste jaren in Nederland geen echte winters meer meegemaakt hebben. Dat we vroeger al bij 30 graden Celsius spraken over een warme dag, maar dat we nu regelmatig de 40 graden aantikken. Als je je dat echt realiseert, slaat de schrik je om het hart.”

Met welke klimaatinvloeden heeft Hoorn te maken?

“Wij zijn een verstedelijkte gemeente. Hittestress en wateroverlast zijn sterk verbonden aan de bebouwde omgeving, ook bij ons, met name in de oudere wijken. Klimaatadaptatie staat hoog op de agenda van onze wijkaanpak. Kunnen we bijvoorbeeld groen toevoegen of de afwatering beter regelen? Als een van de weinige gemeenten hebben we een ‘bomenbeleidsplan’ opgesteld. Nu werken we toe naar een gemeentelijke groenvisie. In die visie wegen we ook de klimaatimpact mee. Waar moeten we bomen neerzetten voor de schaduwwerking en waar voor het bij elkaar houden van de bodem? En welk type boom is dan nodig? Zo gedetailleerd werken we het uit.”

Wat veel mensen niet weten: ook het nieuwe Hoornse stadsstrand is een staaltje klimaatadaptatie…

“Klopt helemaal. Onze kustbescherming moet klimaatbestendig worden. Dan kun je de bestaande dijk gaan verzwaren. Maar wij hebben samen met het hoogheemraadschap ervoor gekozen om voor deze dijk een oeverdijk aan te leggen. Die loopt schuin af naar het water en biedt ruimte voor natuur, strand en recreatie. Zo koppel je verschillende opgaves en maak je ruimtelijke adaptatie ook leuk. Het succes zit hem in samenwerken en kansen benutten. Het zorgt voor meer maatschappelijk draagvlak.”

Hoe belangrijk is dat?

“Super belangrijk. Wat je zult zien is dat we stap voor stap onze leefomgeving gaan aapassen. Of het nu gaat om het creëren van een strand, het aanleggen van nieuwe waterbergingen of het vergroenen van een stad. Daarvoor moeten we een zorgvuldig proces doorlopen, waarin we mensen vragen om mee te denken en mee te doen.”

Wat bedoel je met ‘meedoen’?

“Klimaatverandering is zo’n groot vraagstuk. Dat kunnen we als overheid niet alleen oplossen. Daar hebben we de hulp van iedereen bij nodig. Mensen kunnen bijdragen door de tegels in de tuin in te ruilen voor meer groen. Beter voor de afwatering. In Hoorn maken we het mogelijk dat inwoners een stuk openbaar groen adopteren en dat beplanten en onderhouden. Aantrekkelijk als je groene vingers hebt, maar geen eigen tuin. Want dat is in mijn beleving ook de rol van de gemeente bij klimaatadaptatie. Als je mensen wilt activeren, zul je ze ook tegemoet moeten komen. De komende jaren zullen we goed moeten nadenken hoe we die samenwerking inhoud willen geven.”

Samir Bashara
Samir Bashara

 

15 dec 2020
1,9 miljoen subsidie voor aanpak schooluitval samenwerkende regio's
15 dec 2020

1,9 miljoen subsidie voor aanpak schooluitval samenwerkende regio's

Het bovenregionale programma Jij telt mee! krijgt de komende vier jaar 1,9 miljoen overheidssubsidie om jongeren te helpen die zonder diploma van school dreigen te gaan. Het gaat er om dat de jongeren leren hun talenten te ontplooien. Het programma bestaat uit drie maatregelen en diverse projecten om schooluitval te verlagen en de jongeren een betere positie te geven bij het vinden van een baan of een vervolgopleiding. Hierin werken de regio’s samen met scholen en (jeugd)zorginstellingen. Het Horizon College is contactschool binnen de samenwerking met de regio Westfriesland en Noord-Kennemerland. Het einddoel is dat iedere jongere op school zit of werkt. En dat zij daarbij op allerlei manieren worden ondersteund als dat nodig is.

Meer dan 700 jongeren geen diploma
In het schooljaar 2018-2019 zijn in  Westfriesland 348 jongeren en in Noord-Kennemerland 433 jongeren van school gegaan, zonder dat ze een startkwalificatie hebben gehaald (startkwalificatie is een diploma HAVO/VWO of minimaal MBO2). Dat is respectievelijk 1,96% en 1,81% van de jongeren die op het VO of het MBO zaten. Landelijk gaat het om 26.894 jongeren (2,01%). 

Zorgelijke ontwikkeling
Wethouder van de gemeente Alkmaar, Elly Konijn: ‘In vergelijking met voorgaande jaren zien we een stijging van voortijdig schoolverlaten (VSV). Dat is een zorgelijke ontwikkeling. We weten  uit onderzoek dat het voor jongeren zonder startkwalificatie een stuk moeilijker is om aan een baan te komen. En als het al lukt om een baan te vinden dan blijkt het moeilijker om deze te behouden. Dat bevestigt voor ons de urgentie om hier écht werk van te maken met elkaar.’  

Korte lijnen
Wethouder van de gemeente Hoorn, Samir Bashara: ‘Samen met jongeren, hun ouders, de scholen en de gemeenten, willen we bereiken dat zoveel mogelijk jongeren hun startkwalificatie halen. En mocht dat echt niet lukken, dan zetten we alles in om ervoor te zorgen dat jongeren een baan vinden en ook geholpen worden deze te behouden.’ Goede samenwerking tussen scholen en gemeenten, maar ook met (jeugd)zorginstellingen maakt voor een jongere heel veel uit. Korte lijnen, en een extra stap  zetten om een oplossing dichterbij te brengen. Daar gaat het om.’
 
Maatregelen en projecten
De maatregelen zijn gericht op een betere overdracht tussen de samenwerkende instellingen, snel zorg bieden aan kwetsbare jongeren dat ervoor zorgt dat ook hun schoolprestaties  en – motivatie verbetert, en activiteiten en projecten waarbij jongeren hun talenten ontdekken en nieuwe kansen zien voor het behalen van een diploma of het vinden van een baan.
Op die manier willen gemeenten en de scholen jongeren maximaal kansen geven op groei en geluk, en op een waardevol, zelfstandig bestaan, waarmee ze kunnen bijdragen aan de maatschappij. 

Programmamanager Joki Harms van het Steunpunt VSV voor Westfriesland en Noord-Kennemerland: ‘Deze middelen zetten we in voor jongeren die dreigen uit te vallen of daadwerkelijk zijn uitgevallen. We realiseren projecten waarin de jongeren geholpen worden om goede keuzes te maken. Als jongeren verzuimen, gaan we er snel op af. We organiseren dat jongeren een plek hebben waar ze geholpen worden. We willen bereiken dat iedere jongere op school zit of werkt. En dat we hen daarbij ondersteunen als dat nodig is. Want iedere jongeren telt!’

04 dec 2020
Jongeren én ouders die NEE zeggen tegen alcohol en drugs
04 dec 2020

Jongeren én ouders die NEE zeggen tegen alcohol en drugs

Dat is een van de doelen in het verder terugdringen van alcohol- en drugsgebruik onder jongeren in de regio Westfriesland. De wethouders zorg en burgemeester Wortelboer van Stede Broec  willen met een gerichte thematische aanpak meer effecten realiseren voor een gezondere verantwoorde leefstijl. Zowel onder jongeren als hun ouders. De komende drie jaar is hiervoor 150.000 euro beschikbaar. Alle Westfriese colleges stemden in met een uitvoeringsplan dat bestaat uit interventies, trainingen en campagnes.

Dit gaat ons al jaren aan het hart, maar we zijn er nog niet

Burgemeester Ronald Wortelboer, voorzitter van de Westfriese stuurgroep In control of alcohol & drugs: ‘Het terugdringen van alcoholgebruik onder onze Westfriese jongeren gaat ons al jaren aan het hart. Samen met diverse partners stonden wij in 2008 aan de start van een van de eerste alcoholpreventieprojecten in Nederland.’

Veranderende wetgeving en de inzet van alcoholverstrekkers zoals supermarkten hebben geleid tot meer bewustwording en het onaantrekkelijker maken van alcohol voor jongeren. Zo is de startleeftijd van het eerst alcoholische drankje gestegen van 12,1 naar 15,1 jaar.

‘Maar we zijn er dus nog niet. Uit het laatste jongvolwassenenonderzoek blijkt dat nog altijd 59% van de ouders met kinderen tussen de 14 en 16 jaar alcoholgebruik goedkeurt. Dit plan richt zich op die reden ook op de oudertolerantie en beïnvloeding van 18-minners. Daarnaast hebben wij ook budget vrijgemaakt voor de aanpak van drugsgebruik. Hierbij wordt de samenwerking gezocht met scholen, jongerenwerkers, wijkagenten, GGD, Brijder en de jongeren zelf’, aldus Wortelboer.


Beïnvloeding minderjarigen

Uit recent onderzoek blijkt nogmaals hoe belangrijk de omgeving van minderjarigen is voor hun gedrag naarmate zij ouder worden. Zo ook de voorbeeldfunctie van ouders op het (drink)gedrag van hun kind. Er is nog weinig kennis bij ouders over de gevolgen van alcohol- en drugs op het puberbrein. Ook hun positieve rol in het voorkomen van te vroeg alcohol drinken wordt vaak onderschat. Daarom wordt meer budget uitgetrokken om ouders te informeren en handvatten te geven om NEE te kunnen zeggen. Door aan te sluiten bij de landelijke campagnes zoals Zien drinken doet drinken zijn er afgelopen maand twee gratis webinars georganiseerd voor ouders. ‘Hieraan deden al meer dan 300 ouders mee. Ouders zijn geholpen met tips om het gesprek met hun puber te voeren en leren op welke signalen zij kunnen letten als hun kind alcohol of drugs gebruikt,’ aldus Wortelboer namens de stuurgroep.

 

Vijf thema’s

Het regionale uitvoeringsprogramma bestaat uit vijf thema’s:

  1. Aanpak drugsgebruik

  2. Oudertolerantie en beïnvloeding 18-minners

  3. Verantwoordelijke beslissingen leren te nemen bij jongeren stimuleren

  4. Weerbaarheid jongeren vergroten

  5. Eenduidige handhaving   

    Dit uitvoeringsplan sluit aan op het nationale preventieakkoord van het kabinet en op de lopende samenwerking met het voortgezet onderwijs en partners zoals Brijder, GGD en maatschappelijke- en sportinstellingen. De vijf thema’s geven richting in het aanbieden van interventies en trainingen van de samenwerkingspartners in Westfriesland. De regio is ook actief deelnemer aan landelijke campagnes vanuit NIX18.

Samenwerking in Noord-Holland Noord
Sinds 2013 werken de 17 gemeenten uit Noord-Holland Noord, GGD HollandsNoorden, Brijder, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en GGZ Noord-Holland Noord daarom samen om het onverantwoord alcohol- en drugsgebruik onder jongeren verder terug te dringen en te voorkomen. Zij doen dat onder de vlag van het programma In control of alcohol en drugs (ICOAD). Zo wordt er bovenregionaal samengewerkt op het gebied van onderzoek, monitoring en de contacten met het onderwijs om interventies aan te bieden.