Overslaan en naar de inhoud gaan

Nieuws
luisteren printen

08 jun 2020
Zorg- en taxivervoer in aangepaste vorm opgestart
08 jun 2020

Zorg- en taxivervoer in aangepaste vorm opgestart

Vanaf maandag 8 juni 2020 is het zorg- en taxivervoer in Westfriesland in aangepaste vorm van start gegaan. De vervoersorganisaties zijn blij onze inwoners weer van dienst te kunnen zijn. Wel zijn er extra maatregelen genomen om dit veilig en goed te laten verlopen. De maatregelen gelden voor alle vervoersvormen: van Regiotaxi, Wmo-vervoer, ziekenvervoer tot dagbesteding voor volwassenen en jongeren. Cliënten van deze vervoersvormen zijn persoonlijk geïnformeerd over de richtlijnen.

Maatregelen
Om inwoners veilig te vervoeren, wordt vooraf een gezondheidscheck gedaan en is het dragen van een mondkapje verplicht. Er wordt zoveel mogelijk met vast groepen gereden en er geldt een maximale bezetting van twee reizigers in de auto en vier in een busje. Chauffeurs zullen de tijd nemen om zorgvuldig om te kunnen gaan met de richtlijnen. Hierdoor kan het langer duren om reizigers te helpen bij het in- en uitstappen. Voor bagage geldt dat dit is toegestaan, maar scootmobiels kunnen helaas niet mee vervoerd. De betrokken organisaties maken daarnaast afspraken met de zorg- en onderwijsinstellingen om het halen en brengen zo soepel als mogelijk te laten verlopen.

Begeleider

Van begeleiders wordt gevraagd om 1,5 meter afstand te houden van het taxipersoneel en het voertuig. Is het noodzakelijk dat de begeleider meereist? Dan het liefst zo veel mogelijk dezelfde persoon mee laten reizen. Daarnaast is het belangrijk dat hij of zij geen klachten heeft en een mondkapje draagt tijdens de rit. Zo blijft het risico op verspreiding van het coronavirus laag.

Meer informatie

Voor meer informatie kunnen inwoners contact opnemen met Team Doelgroepenvervoer Westfriesland via 0229-252 200 of via e-mail doelgroepenvervoerwf@hoorn.nl of met de BIOS-groep via 010- 010-280 81 80.

20 mei 2020
Regiogemeenten compenseren extra kosten zorgaanbieders door coronacrisis
20 mei 2020

Regiogemeenten compenseren extra kosten zorgaanbieders door coronacrisis

De coronacrisis vraagt veel van iedereen. Dat geldt zeker ook voor zorgaanbieders en hun zorgpersoneel. In deze onzekere tijd is van hen een maximale inspanning nodig om zorg te blijven verlenen aan vaak kwetsbare inwoners. Daarom komt de regio met een steunpakket om hen te compenseren voor de extra zorgkosten en omzetverlies door de coronacrisis. De regio wil zo voorkomen dat zorgaanbieders omvallen. Met deze steun kan de nodige zorg doorgaan.

Deze week stemden de zeven colleges in de regio in het met financiële steunpakket, dat voortvloeit uit de landelijke afspraken. De regio zal drie verschillende soorten steunmaatregelen uitvoeren. Het gaat om:

  1. Vergoeding van aantoonbaar omzetverlies door de coronamaatregelen van de maanden maart, april en mei.
  2. Vergoeden van zorg in aangepaste vorm door de richtlijnen van het RIVM te volgen;
  3. Vergoeden van overduidelijke meerkosten als gevolg van de coronacrisis;

Om zorg zoveel mogelijk te continueren compenseerden de regiogemeenten eerder al aangepaste en creatieve vormen van zorg. Dit zolang dit veilig is voor zowel de inwoner die zorg krijgt als de zorgverlener. Voorbeelden hiervan zijn het doen van boodschappen in plaats van de woning schoonmaken of therapie geven via beeldbellen of buiten tijdens een wandeling. De regio vergoedt met de genomen steunmaatregelen ook op voorhand ingeschatte omzetverlies en extra aantoonbare gemaakte kosten door de coronacrisis. Zorgaanbieders zullen in eerste instantie worden gecompenseerd voor de afgelopen drie maanden met mogelijkheid tot verlenging. De gecontracteerde zorgaanbieders worden hier uitgebreid over geïnformeerd.

‘Vergoeden is door onzekerheid crisis nodig’
Wethouders zorg, Marjon van der Ven (Hoorn) en Win Bijman (Koggenland) vinden dit steunpakket passend.

Van der Ven: ‘De coronacrisis vraagt veel van de zorgaanbieders en zorgprofessionals. Zij staan voor de uitdaging om zorg en ondersteuning te leveren aan onze inwoners volgens de richtlijnen van het RIVM. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) vanuit het Rijk is bedoeld voor ondernemers, maar niet voor zorgaanbieders. Daarom is dit aparte steunpakket een passende oplossing Een speciaal kernteam zal de zorgaanbieders begeleiden in dit proces.’

Bijman: ‘We kiezen er bewust voor om nu al te vergoeden voor de eerste inschatting van het omzetverlies dit jaar. Dat is gezien de onzekerheid van de crisis echt nodig. Daarmee ontvangen zorgaanbieders die momenteel minder inkomsten hebben, in ieder geval aanvullend geld om vaste lasten te kunnen betalen. Op basis van de gemaakte kosten en omzetverlies verrekenen we de uiteindelijke vergoeding dan aan het einde van het jaar. Daarmee willen we ook overcompensatie of onterechte vergoeding voorkomen.’

Steunpakket voor doorlopende zorg

Vanaf 1 januari 2020 wordt in Westfriesland gewerkt volgens het principe waarbij centraal staat met welke resultaten de inwoner tevreden is. Dit wordt vastgelegd in een zorgplan. Juist nu, tijdens de coronacrisis, geeft dit meer flexibiliteit om zorg anders te leveren, zolang de inwoner daarmee instemt en het past bij de doelen uit het zorgplan. Desondanks kan niet alle zorg doorgaan, waardoor zorgaanbieders omzet mislopen. De steunmaatregelen zijn vooral hiervoor bedoeld.

13 mei 2020
Taskforce Katapult voor hulp aan ondernemers
13 mei 2020

Taskforce Katapult voor hulp aan ondernemers

Om Westfriese ondernemers te ondersteunen tijdens de Corona crisis heeft de Westfriese Bedrijvengroep het initiatief genomen tot de Taskforce Katapult. Het doel is om ondernemers te helpen om straks na de crisis een vliegende start te maken. Bijvoorbeeld door het verkennen van maatregelen die de schade voor ondernemers op de korte termijn kunnen beperken. Of door het verzamelen van tips en mooie initiatieven.

Binnen het initiatief wordt samengewerkt met ondernemers, BDO, Rabobank West-Friesland, H&S Advies, ING Bank, Abovo Media, de loketten UWV, WerkSaam Westfriesland, WerkgeversServicePunt en centrumgemeente Hoorn als aanspreekpunt namens de Westfriese gemeenten.

Meer informatie over de Taskforce Katapult lees je op de website van de WBG.

07 mei 2020
Alcohol- of drugsvergiftiging minderjarige jongens stijgt
07 mei 2020

Alcohol- of drugsvergiftiging minderjarige jongens stijgt

Alhoewel het totaal aantal vergiftigingen in de regio jaarlijks licht daalt, stijgt het aantal vergiftigingen onder minderjarigen. In het eerste kwartaal van 2020 stijgt het aantal geregistreerde alcohol- en drugsvergiftigingen onder minderjarigen in Westfriesland van 3 (vorig jaar) naar 8. Het zijn hoofdzakelijk jongens van 16 en 17 jaar oud die door de ambulance zijn opgehaald. Zowel de onwetendheid onder ouders als het toestaan van alcohol- en drugsgebruik blijven zorgpunten. De regio wil daarom meer interventies inzetten, die gericht zijn op de ouders.

Wat zijn intoxicatieritten?
GGD Hollands Noorden houdt intoxicatiecijfers van 12 tot 23 jarigen bij in opdracht van de regio. Intoxicatieritten zijn ritten van de ambulance die nodig zijn, omdat een jongere zorg nodig heeft vanwege problemen met alcohol, drugs of een combinatie daarvan. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om alleen alcoholvergiftiging, 20% is een combinatie van alcohol en drugs.

Ouders zijn óók alcoholverstrekkers
Ronald Wortelboer, burgemeester van Stede Broec, is voorzitter van de Westfriese stuurgroep In control of alcohol & drugs: ‘Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor hun kind en wat er achter de voordeur gebeurt. Zij beseffen vaak niet dat zij de grootste groep ongecontroleerde alcoholverstrekkers zijn. Wij kunnen buiten de deur veel grenzen stellen en alcohol minder aantrekkelijk maken, maar uiteindelijk is het uw kind dat de alcohol drinkt of drugs gebruikt.’

Tolerantie en thuisquarantaine
Elk jaar blijkt uit onderzoek dat het voorbeeldgedrag van ouders een enorme impact heeft op het gedrag van hun tiener(s). Zeker nu gezinnen meer dan ooit door de coronamaatregelen thuis zitten, met mooi weer samen in de tuin, is de verleiding groot om toleranter te zijn. Juist dan moet de grens heel duidelijk zijn: geen 18, geen alcohol. Wortelboer waarschuwt: ‘Als jongeren op een gegeven moment wel weer met vrienden elders mogen afspreken en drinken, dan is de trend thuis al gezet. Dat beseffen ouders zich onvoldoende’.

Geen intoxicaties onder de 15 jaar
In Westfriesland werden in het eerste kwartaal totaal 20 ritten geregistreerd. Dat zijn er zes meer dan dezelfde periode vorig jaar. De meeste jongeren waarvoor de ambulance ter plaatse kwam, waren tussen de 18 en 23 jaar. Dit kwartaal was er geen intoxicatie onder de 15 jaar. Het is nog te vroeg om te concluderen dat de stijging te maken heeft met de coronamaatregelen. Daarvoor zijn meer cijfers nodig, later dit jaar.

Extra interventies voor ouders
De zeven wethouders volksgezondheid en burgemeester Wortelboer vormen samen de Westfriese stuurgroep die de focus bepaalt van het regionale jeugd, alcohol en drugsbeleid. Een van de focuspunten is de tolerantie van ouders tegenover alcohol- en drugsgebruik.  De regio zal daarom de komende jaren onder meer geld besteden om ouders én de leeftijdsgroep 15- en 16-jarigen te bereiken met interventies en herkennen van signalen van middelengebruik. Andere focuspunten zijn de aanpak van drugs, interventies voor en met het voortgezet onderwijs en regionale samenwerking op het gebied van handhaving van de alcoholwet.

01 mei 2020
Regionale Energiestrategie krijgt vorm
01 mei 2020

Regionale Energiestrategie krijgt vorm

In een tijd waarin het klimaat verandert, is schone, duurzame energie de toekomst. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt onderzocht in hoeverre het grootschalig toepassen van wind- en zonne-energie aan deze toekomst kan bijdragen. Ook Westfriesland neemt hierin zijn verantwoordelijkheid, hoewel het beseft dat het lastige keuzes met zich mee brengt. Inmiddels is er een eerste globaal beeld.

Bij het bepalen van de Regionale Energiestrategie - die voor heel Nederland geldt en hier op Noord-Holland Noord niveau wordt opgesteld – wordt niet over één nacht ijs gegaan. Het heeft in deze fase tal van onderzoeken, analyses, gesprekken en bijeenkomsten in gang gezet. Alleen al in Westfriesland werden zestien zogenaamde ‘ateliers’ georganiseerd waarin een kleine 700 inwoners, agrariërs, ondernemers en andere partijen mee hebben gepraat over de mogelijkheden en onmogelijkheden van windturbines en zonneweides.

Energieneutraal in 2040

Het resultaat van deze verkenning is nu gebundeld in het voorontwerp concept-RES. Een eerste stap in een langjarig traject om met elkaar over te gaan op een duurzame energievoorziening en voor minder CO2-uitstoot te zorgen. Zo is dat ook afgesproken in het nationale Klimaatakkoord. Voor Westfriesland is de RES één van de instrumenten om als regio in 2040 ‘energieneutraal’ te zijn. Dat wil zeggen dat er dan net zoveel duurzame energie opgewekt wordt als verbruikt. Daarbij zet de regio ook sterk in op energiebesparing en verduurzaming van woningen en mobiliteit.

Een gevoelig onderwerp

Uit de bijeenkomsten met inwoners en andere betrokkenen voor de concept-RES bleek dat het plaatsen van meer windturbines en zonneweides in de regio een gevoelig onderwerp is. Iedereen begrijpt de noodzaak om te streven naar een duurzame en schone regio en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.

Maar men maakt zich ook zorgen dat de kwaliteit van de natuur en het typische Westfriese open landschap onder druk komt te staan door de zon- en windprojecten. En dat de cultuur-historische waarde van steden en dorpen wordt aangetast. Bovendien moeten de vruchtbare agrarische gronden zoveel mogelijk ontzien worden. Verder zijn mensen ongerust over de negatieve effecten die windturbines kunnen hebben op het woongenot.

Kansrijk?

Kansrijk zijn onder meer zonnepanelen op grote daken, op parkeerplaatsen, langs snelwegen en op bedrijventerreinen (in combinatie met windmolens). Verdeeldheid is er over het opwekken van wind- en zonne-energie op het IJsselmeer en het Markermeer. Als dit aan de orde is, dan wel goed doordacht en zorgvuldig toegepast in overleg met de andere regio’s die aan de meren grenzen.

Deze uitkomsten zijn in het voorontwerp concept-RES vertaald naar potentiële ‘zoekgebieden’. Dit zijn plekken waar zon- en windprojecten in Westfriesland gerealiseerd kunnen worden. Uiteindelijk moeten zij 963 GWh aan hernieuwbare energie kunnen opleveren, bovenop de 228 GWh die nu al wordt opgewekt. Dat houdt in dat deze regio een aandeel neemt van 1.191 GWh (1,2 TWh) in het totale Noord-Holland Noord aanbod van 4,2 TWh in de RES. Dat komt neer op 28% (en 3,4% van de landelijke opgave van 35 TWh).

Opnieuw in gesprek gaan

Maar voordat deze zoekgebieden definitief zijn, gaat de concept-RES in een uitgebreid besluitvormingstraject nog langs allerlei bestuurlijke lagen. Daarnaast wordt een inspraaktraject gestart om de zoekgebieden verder te onderzoeken. Wie is de grondeigenaar? Wie neemt het initiatief voor een windturbine of zonnepanelen? Kunnen de bewoners mede-eigenaar worden? Hoe kunnen betrokkenen het beste samenwerken? In dit stadium kunnen er nog altijd zoekgebieden bij komen of af vallen.

Het geeft precies de status weer van het voorontwerp concept-RES. Het is een tussenstap. Een manier om opnieuw in gesprek te gaan met de samenleving over duurzame energie en met elkaar keuzes te maken. Daarbij houdt Westfriesland nu en de komende jaren de vinger aan de pols van nieuwe ontwikkelingen en technologie. Met als duidelijke stip op de horizon een energieneutrale regio in 2040.

Het voorontwerp concept-RES is in te zien op www.energieregionhn.nl/conceptres. Hier kunt u ook vragen stellen over het rapport.